ASM

Uit schermwiki
Ga naar: navigatie, zoeken

ASM staat voor Athletic Skills Model. Het is een andere manier van denken over bewegen. Het ASM maakt andere verbanden dan het LTADmodel en wordt door de KNAS gebruikt bij de opbouw van het jeugdprogramma[1]. Het basisidee is dat er late specialisatie naar sportspecifieke deliberate practise is. Echter, de gevoelige leeftijden worden ook meegenomen.

De korte opsomming hieronder is gebaseerd op de presentatie van Rene Wormhoudt, januari 2014 voor de NOC*NSF TC4-opleiding.

1 Het idee van later specialiseren[bewerken]

Later specialiseren resulteert in:

  • Minder blessures
  • Minder drop-outs (sportverlaters, zowel het schermen als het sporten algemeen)
  • Hogere tolerantie voor sportoefeningen (beter trainbaar, meer omvang en intensiteit mogelijk).
  • Stabielere prestaties
  • Beter presteren onder druk
  • Betere motorische creativiteit en oplossend vermogen
  • Dezelfde restaten met minder trainingsuren
  • Langer atletisch actief.

Een allround beweger wordt een atleet. De atleet wordt een specialist (een schermer). Hierdoor is de uiteindelijke schermer een atleet: hij kan een hoger eindniveau bereiken.

2 De vijf basisingredienten[bewerken]

  • Variabele input
  • Overdracht van kennis tussen sportgebieden (tranfers of learning)
  • Cognitieve leerstrategie
  • Motorieke leerstrategie
  • Atletisch vermogen (athletic skills)

3 De sensitieve perioden[bewerken]

Kinderen zijn goed in het leren van motorische vaardigheden tijdens twee periodes: 6/7 jaar en 10/11 jaar. Het is wenselijk dat de kinderen tijdens deze periode (ook) al in aanraking komen met de doelsport, schermen. Dit betekent dat schermverenigingen met topsportambities zich specifiek op deze groepen zouden kunnen richten, waarbij de keuze voor sportdeelname vaak iets eerder gemaakt wordt (bijvoorbeeld bij het gaan naar de basisschool).

Daarnaast maakt het ASM systeem specifiek gebruik van de groeispurt. De groeispurt bepaalt de vorm van de training. Bijvoorbeeld kinderen in de groeispurt krijgen meer moeite om de motorische vaardigheden die ze hadden uit te voeren (immers het lichaam heeft ineens heel andere verhoudingen). Ook is krachttraining aan het begin van de groeispurt snel overbelastend en moet er meer aandacht zijn voor flexibiliteitstraining. |Meer op de website van ASM

4 Athletic Skills[bewerken]

In het ASM bestaat de volgende Athletic Skills indeling:

  • Basic Movement Skills: Balancing – running – jumping – landing- throwing – catching – aiming – sliding – hitting – fighting – kicking – dancing – swaying – climbing – et cetera.
  • Coordinative abilities: Adaptation – Balance – Spatial awareness – Synchronizations of movements – Kinesthetic differentiation – Reaction – Rhythm
  • Conditions of movement: Stability – Agility – Flexibility – Power – Endurance

Hieronder verder uitgewerkt

4.1 Basisvaardigheden en hun rol in schermen[bewerken]

Van de basisvaardigheden staat de rol in schermen hieronder beschreven:[2]

Basisvaardigheid Schermen Transfervoorbeeld
balanceren primair in schermen: balans is in de kinetische keten naar het wapen en tijdens het verplaatsen over de piste een absolute voorwaarde. Voorbeeld
rennen fleche Voorbeeld
springen explosive beweging zoals de uitval. De uitval is beginsel een horizontale sprong Voorbeeld
landen landen na bijvoorbeeld de uitval. Afremmen/decellereren is meer belastend dan accelereren! Belangrijk voor schermers voor hervatting, ook tegen blessures
gooien (extentie van de arm), controle over de vingers. fijne en grove motoriek gecombineerd -
vangen - -
mikken/richten zeer belangrijke vaardigheid, zeker in floret en degen. fijne motoriek
glijden wordt gezien als minder belangirjk, maar op de piste zijn denk ik de meeste blessures gevolg van de piste afglijden en stappen voetballen op sokken
hitting battement/slag, houw. Tijdens de parade moet je ook een klap op kunnen vangne. Bijvoorbeeld ook kom-tegen-kom
vechten/stoeien primaire schermvaardigheid: stoeien, afstand, momentwerking, timing etc. judo
dansen schermritme, tempo, veranderingen van snelheid, etc. alhoewel dansen geen basis is voor schermen is het een hele goede aanvulling. Voetenwerk, tempo, coordinatie tussen de lichaamsdelen, communicatie met de danspartner, etc.
schommellen - -
klimmen - -
ETC ETC ETC

4.2 Coordinatieve vaardigheden[bewerken]

  • aanpassing (adaptie)
  • balanceren - het behouden van lichaamsevenwicht in statische en dynamische situaties
  • ruimtelijk inzicht en bewustzijn - weten waar je bent in de ruimte en ook in relatie met andere objecten. Essentieel op de piste!
  • synchronisatie van bewegingen - harmonisatie en organisatie van bewegingen. In het schermen juist ook de armen en benen ongekoppeld kunnen aansturen.
  • kinesthetische gewaarwording en aanpassing (kinesthetic differentiation) - het kunnen sturen van de benodigde kracht om een beweging te maken
  • reactie -
  • ritme - de uiting van timing.
  • (toegevoegd) adequate bewegingen - het efficient en vloeiend kunnen bewegen. [3]
  • (toegevoegd) gevoel voor tempo - het kunnen aanvoelen van de juiste 'tijd' en de gevechtsgang [4]


4.3 Fysieke Randvoorwaarden voor bewegingen[bewerken]

  • stabiliteit
  • agiliteit
  • flexibiliteit
  • power
  • uithoudingvermogen

5 vormen van kennisoverdracht (transfers of learning)[bewerken]

overdracht/meenemen van:

  • bewegingen
  • percepties (gewaarwordingen)
  • concepten
  • fysieke conditie

6 Zie ook[bewerken]

7 Bronnen[bewerken]

  1. http://www.athleticskillsmodel.nl/schermbond-kiest-voor-asm/
  2. NOC*NSF niveau 4 opleiding: 13_AtleticSkillsModel_4.6V_23012014&27012014.pdf
  3. http://www.ericcressey.com/coordination-training-a-continuum-of-development-for-young-athletes
  4. Szabo