Levenswijze

Uit schermwiki
Ga naar: navigatie, zoeken

(Lifestyle: Correcte Nederlandstalige vertaling: levenswijze. NOC*NSF hanteert: leefstijl)

Lifestyle betekent het simpelweg "de kenmerkende manier van leven van een individu, groep of (sub)cultuur". Men vertaalt het woord in Nederland nogal eens met het barbarisme leef- of levensstijl maar de correcte Nederlandse vertaling is levenswijze.[1][2]

Hoe men sport een plek geeft in zijn leven, hangt erg af van het doel:

Sport als doel:

  • topsport. Onder Topsport Lifestyle verstaat de NOC*NSF de inrichting van de leef- en trainingssituatie op het leveren van een topprestatie[3]. Het wordt gekenmerkt door continue verbetering van de prestaties en de randvoorwaarden die daarvoor nodig zijn. Het resultaat is een leefwijze die is afgestemd op het beroep van topsporter.
  • prestatiesport

Sport als middel:

  • recreatiesport / breedtesport
  • talentontwikkeling
  • sociaal domein


1 Voorwaarden, Dimensies en Activiteiten[bewerken]

1.1 Voorwaarden: Gezondheid en Balans[bewerken]

In onze cultuur/maatschappijk is het over het algemeen geaccepteerd dat een levenswijze gezond moet zijn. Activiteiten moeten met elkaar in balans staan. Dat betekent dat alle aspecten van de levenswijze op elkaar afgestemd zijn. Wat is een bijvoorbeeld gezonde voeding? Dat is zeer afhankelijk van de gewenste resultaten en de overige aspecten. Een sporter zal veel meer koolhydraatrijk voedsel tot zich moeten nemen dan iemand die weinig beweegt.

Voorwaarden voor goede prestatie zijn een goede fysieke gezondheid:

  • (gezond) Eten/Drinken
  • (geen) Alcohol/tabak/drugs
  • hygiëne

En een gezonde geest:

  • veilige omgeving
  • weinig stress

1.2 Dimensies van activiteiten[bewerken]

Om te kunnen presteren in sport zal er een goed evenwicht moeten zijn tussen de ondernomen activiteiten. De juiste fysieke balans tussen activiteiten bestaat in de sport vanuit de inspanningsfysiologie als:

  • Omvang/grootte
  • Ritme / regelmaat
  • Intensiteit

1.3 Activiteiten[bewerken]

Lijst van activiteiten relevant in relatie tot de sportprestatie:

  • Rust
  • Training
  • Wedstrijden en reizen
  • Werk
  • Opleiding
  • Vrienden
  • Familie
  • Zelfontplooiing buiten de sport
  • Ontspanning

Deze activiteiten moeten (in de topsport) zodanig worden ingericht dat er een optimale ontwikkeling en status ontstaat van de prestatiebepalende factoren.

1.4 Factoren die tot suboptimale prestatie leiden[bewerken]

Alle oorzaken van een onbalans in de levenswijze kunnen tot een suboptimale prestatie leiden. Enkele veel voorkomende zijn:

  • Aangeboren of gezondheidsfactoren
    • Zorgen en omgaan met aspecten als ADHD
    • Autisme (betreft veel individuele sporters, zo ook bij schermers)
    • Gebrek aan energie: slecht voedsel, drinken, roken/alcohol
  • Onbalans in de fysieke belasting en inspanningsomvang
    • te veel of te weing trainen, onvoldoende rust, slechte periodisering,
  • Problemen in de sociale context
    • Ruzie thuis, in de club, etc.
    • Gepest worden of verkeerde begeleiding of invloed van ouders, vriendjes, etc.
    • Sociale druk met social media, vriend(in), gezin, kalverliefde
  • Persoonseigenschappen / zelfbeeld
    • Gebrek aan discipline / commitment
    • Gebrek aan positivisme
    • Gebrek aan wilskracht
    • Niet kunnen omgaan met spanning
    • etc
  • Mentale onvermogens
    • onvoldoende controle over het gevoel.
    • stress-stapeling van werk, studie en sport.
    • Concentratieproblemen door snelle informatie maatschappij (Komt vaker voor bij jeugd)
    • Gebrek aan visualisatie ervaring → ideomotorische training* discrepantie tussen de aanpak en het gestelde doel, verkeerde doelen gesteld. (zie doelen stellen).
  • Tekortkoming in de omgeving voor talentontwikkeling en ontplooiing
    • Gebrek aan scherm-/zaaltijd met tegenstanders op niveau
    • Gebrek aan wedstrijden op juiste niveau, die betaalbaar & bereisbaar zijn (zie duivelsdriehoek)

1.5 Duivelsdriehoek van het leven[bewerken]

Bekend uit de management is de volgende duivelsdriehoek: geld-kwaliteit-tijd. [4] Het idee is dat als je goed scoort op 2 punten, de derde altijd laag scoort.

Deze duivelsdriekhoek aangepast naar geld-gezondheid-tijd gaat voor velen ook op in verschillende fases in het leven:

  • Jeugd: je hebt gezondheid en tijd en gezondheid, maar geen geld
  • Volwassenheid: je hebt gezondheid en geld, maar geen tijd
  • Ouderdom: je hebt geld en tijd, maar geen gezondheid.

Voor topsport is er veel van alles nodig (tijd, geld en gezondheid) in de jeugd en vroege volwassenheid. Dat is soms lastig te organiseren.

2 Levenswijze bij Sport voor kinderen jongeren[bewerken]

2.1 Groeimodel naar een levenslang sporten[bewerken]

zie meerjarenplan, voor een uitleg van het LTAD-model

2.2 Sportparticipatie van jongeren[bewerken]

Sport in de levenwijze van jongeren heeft een specifieke plek[5]:

  • Sport is één van de vele verschillende manieren van zelfontwikkeling en ontspanning. Er is steeds minder tijd te verdelen tussen meer activiteiten.
  • Hierin speelt de technologische vooruitgang ook een rol (gaming, social media, etc). Met name social media zorgen ervoor dat de ervaring van sport (het zelfs doen, kijken, spelen, etc) verandert.
  • Onderzoek laat een trend zien naar meer 'lifestyle' gerelateerde sporten, die individualisering benadrukken. Hieraan zijn essentiele waarden zoals 'vrijheid', zelfexpressie en zelfbeschikking (zelf bepalen) verbonden.
    • Het is een uidaging van het georganiseerde schermen om aan deze behoefte te voldoen. Een voorbeeld is de HEMA-beweging. Echter, wanneer dit geinstitutionaliseerd (geformaliseerd) wordt, dan kan het HEMA zijn 'lifestyle'-aantrekking weer kwijtraken.
  • Psychologische factoren zoals identiteit, zelfvertrouwen, eigen doelmatigheid (self efficacy) en waardering van het eigen lichaam zijn bepalend en worden bepaald door sport. Enerzijds zal sportparticipatie (en vooral het blijven doen ervan) worden bepaald door deze factoren. Anderzijds beinvloedt sporten in een veilig sportklimaat ook de ontwikkeling van deze factoren. Zo kan het bijvoorbeeld een uitdaging zijn om (jonge) mensen met weinig zelfvertrouwen aan het schermen te krijgen, terwijl schermen een bijdrage kan is om zelfvertrouwen te ontwikkelen.
  • Extrinsieke factoren zoals faciliteiten en kosten spelen een rol, maar zijn ondergeschikt aan de socio-psychologische factoren
  • Sporten leer je jong. Al op vroege leeftijd wordt iemands houding naar sport bepaald (over het algemeen). Ook helpt het als je ouders sporten (vooral voor meisjes).

2.3 Voordelen van de schermsport voor kinderen[bewerken]

Tien voordelen van de schermsport voor kinderen[6]:

  1. Schermen zorgt ervoor dat je kind blijft bewegen: Met het beoefenen van de schermsport verbrand je veel energie, dus is het een van de beste activiteiten voor kinderen om energieke kinderen te verlossen van hun energie-overschot, en zeker te stellen dat zij kunnen genieten van een gezonde, actieve leefstijl.
  2. Met schermen gebruik je zowel je hersens als je lichaam: Schermen is een zeer strategische sport. Feitelijk een fysieke vorm van schaken. (Sonja Tol in een interview: “Schermen is schaken met een snelheid van 200 kilometer per uur). Schermen leert kinderen voor zichzelf te denken en te analyseren hoe andere mensen (lees: kinderen) denken. Het kind zal leren hoe hij/zij snel enkele stappen vooruit leert te denken, om zo hun tegenstanders succesvol te verslaan in wedstrijden.
  3. Schermen draagt bij aan de ontwikkeling van balans en een juiste houding/postuur: Met schermen ontwikkelt het kind een betere balans en motoriek (bewegelijkheid), wat kan bijdragen bij de uitvoering van ander sporten of activiteiten.
  4. Timing is belangrijk in het schermen: Om goed te kunnen schermen is timing noodzakelijk. Deze ontwikkeling kan het kind ook kwijt in andere sporten of muzieklessen of andere activiteiten. Het is ook geweldig voor de verbetering van coördinatie en reflexen, wat ook zeer bruikbaar binnen andere activiteiten.
  5. Individuele sporten dragen bij aan het zelfvertrouwen van kinderen: Daar schermen een individuele sport is voor kinderen, leert het kind hoe zij individueel moet trainen, en verantwoordelijkheid te nemen voor zijn/haar eigen succes of falen. Zij zullen zelfstandig denken ontwikkelen, evenzo als het vertrouwen om te strijden, en te leren van hun fouten.
  6. Schermen verbetert het concentratievermogen: Schermen leert kinderen om bij de les te blijven (focus) en instructies op te volgen. Dit zijn belangrijke ontwikkelingen, die het kind ook kan toepassen op school of in andere activiteiten met leeftijdsgenoten.
  7. Schermen heeft ook aandacht voor thema’s als ‘eer’ en ‘respect’: Kinderen die schermen leren hoe zij sport kunnen beoefenen of omgaan in zijn algemeenheid met anderen op een veilige en eerlijke manier. Schermen is een zeer beleefde sport, dat bijdraagt aan het gedachtegoed ‘fair play’. Het beoefenen van schermen door een kind draagt bij aan het belang van het volgen van regels en een sportieve deelnemer te zijn. Het kind zal leren om te winnen en te verliezen op een waardige manier, en zijn/haar tegenstanders te behandelen met respect.
  8. Schermen draagt bij aan zelfcontrole: Schermen is één van de beste activiteiten om zelfcontrole aan te leren. Het biedt de mogelijkheid om stress, kwaadheid en frustratie om te draaien in een gezonde strijd. Schermers moeten in staat zijn om hun eigen emoties onder controle te houden, zodanig dat zij en hun tegenstanders een stap voor kunnen zijn, en het maken van fouten kunnen vermijden. Het in staat zijn om je eigen emoties in bedwang te houden is een belangrijke levensles, dat het kind kan helpen op school en elders, waar hij/zij interacteert met andere kinderen.
  9. Kinderen die schermen leren wat veiligheid is, en waarom het belangrijk is: Veel kinderen zijn geïnspireerd door schermen, omdat zij op TV of in games ridders of zwaardvechters hebben gezien. In het schermen kunnen zij de bewegingen die hun helden maken, nabootsen, en leren hoe zij op een veilige manier om moeten gaan met de degen, de floret of de sabel. Inclusief respect voor de veiligheid van de tegenstander.
  10. Schermen is leuk: Schermen is een activiteit met een brede betekenis. Het trekt kinderen aan die ook plezier hebben in andere sporten, maar ook interesse hebben in geschiedenis, fantasie films, en toneelschermen.

3 Levenswijze bij Sport als DOEL[bewerken]

3.1 Inleiding levenswijze topschermer[bewerken]

Voor een topschermer spelen er meerdere aspecten aan de levenswijze:

  • Individuele identiteit en imago: Wat is 'een schermer'? er zijn verschillende ervaringen van de 'betekenis' van schermen en iedere schermer geeft er weer zijn eigen invulling aan. Een levenswijze reflecteert een individues houdingen, waarden, normen en kijk op het leven.[2]Zie essentie.
  • Gezondheid: Een persoon zijn gezondheid is erg afhankelijk van zijn levenswijze. Mentale en fysieke gezondheid zijn crusiaal voor iemands kwaliteit van leven. Dit geldt uiteraard extra sterk voor een (top)atleet, die een stuk van zijn levensinvulling heeft ingevuld met sport/schermkunst.
  • sporttechnische programma: Het training- en wedstrijdprogramma neemt een prominente plaats in de agenda van de sporter.
  • werk/opleiding: Opleiding en/of werk zijn essentiele onderdelen NAAST de sport, zeker in het schermen (waar niet veel mee te verdienen valt).
  • leefbalans: Balans is nodig in het leven: waaronder voeding, evenwicht in belasting en herstel, studie/werk en ontspanning.

3.2 Aanpassing naar topsport (CAPA)[bewerken]

Een topsporter is continu bezig zijn levenswijze te verbeteren en bij te sturen. Dat betekent dat hij bij onderprestatie zelf correcties uitvoert (Corrective actions) waar nodig, en zorgt dat de suboptimale situatie niet meer ontstaat (Preventive actions).

3.3 de rol van de coach[bewerken]

Een coach kan hierbij :

  • (A) de topsporter opleiden tot ZELFREGIE, zodat die zelf deze acties kan inzien en ondernemen. Volwassenen worden meestal het liefst op ZELFREGIE aangestuurd. De rol van coach begint dan met kennisoverdracht en dialoog.
  • (B) ondersteunen in de analyse en beslisvorming.

Een topcoach begeleidt de topsporter (samen met het begeleidingsteam) met[3]:

  1. de (her)inrichting van de trainingssituatie (sporttechnische deel).
  2. de (her)inrichting van de leefsituatie (niet-sporttechnische deel). Opleiding, werk en training vragen om een andere inrichting van de agenda, reizen of verhuizen, geschikte woonruimte en de leefbalans.
  3. de ontwikkeling van de zelfstandigheid van de sporter. Zeker bij jonge talenten verschuift verantwoordelijkheid van de ouders naar henzelf. Daarbij moeten er ingrijpende keuzes worden gemaakt en de consequenties van die keuzes moeten worden doorgrond en geaccepteerd. Zelfanalyse en het oplossend vermogen van de sporter bepalen in hoge mate de kans op succes. Topsport vraagt al op jonge leeftijd een hoge mate van zelfstandigheid.
  4. de loopbaanplanning van de sporter (sportloopbaan, vervolgloopbaan). De topsporter is de ondernemer van zijn eigen sportcarrière. Hij/zij moet het voor hem optimale programma en coach kiezen en combineren met de gewenste studie of baan. Ambitieuze maar realistische doelstellingen en een evenwichtig programma vereisen afstemming met veel betrokkenen (familie en vrienden, coach, teamleden, docenten, etc.). Het verzamelen van volledige informatie om keuzes op te baseren, onafhankelijke besluiten- en verantwoordelijkheid nemen zijn belangrijke vaardigheden die de sporter moet ontwikkelen.

3.4 Levensloopbestendige topsport[bewerken]

Kent de fases:[7]

  • kennismakingsfase
  • Specialisatie- en investeringsfase
  • Perfectioneringsfase
  • Beëindigings- en tweede-carrièrefase

4 Bronnen[bewerken]

  1. Wikipagina "lifestyle": Nederlands
  2. 2,0 2,1 Wikipagina "lifestyle": Engels
  3. 3,0 3,1 Topsport Lifestyle Coaching
  4. Zie bijvoorbeeld: duivesldriehoek.
  5. Sport England: Review of the research evidence on young people and sport, Nick Rowe, Sport England Research, maart 2012
  6. Vrij vertaald naar Your Active Kid: [ http://www.youractivekid.co.uk/blog/10-benefits-of-fencing-for-children/ 10 benefits of fencing for children]
  7. SCP: Sport een leven lang, Rapportage sport 2010