Schermfilosofie

Uit schermwiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Schermfilosofie als onderdeel van de filosofie doet nadenken over mensen die bewegen. Ze bewegen doelgericht. 2 mensen schermen met een tegengesteld belang. Namelijk ze willen de ander raken en doen dat door te voorkomen dat ze gelijktijdig (reglementair) geraakt worden. Dit doet ons nadenken over de bedoelingen van het spel schermen. Het schermen zien als spel of als activiteit / sport met tegengesteld belang stelt eisen aan de termen die we gebruiken bij het beschrijven van het schermen.

Dan doet zich filosofisch gesproken de vraag voor; met wat voor mens die beweegt hebben we van doen. Jan Tamboer doet uitspraken in zijn boek mensbeelden achter bewegingsbeelden over deze materie. Zo kun je de dualistische mensvisie tegenover de meer holistische mensvisie plaatsen. Lichaam en geest kunnen we niet scheiden en misschien wel onderscheiden? De meer holistische mensvisie die de mens niet als een lichaam en geest ziet maar een mens die met z'n omgeving een interactie aangaat. In ons taalgebruik zitten we al enigszins 'gevangen' in een dualistische wereld. Immers de techniek van het bewegen verwijst naar het lichaam. Het instrument om de opdrachten van de geest uit te voeren. De tactiek verwijst naar de geestelijke processen hoe en bijv. wanneer te handelen in relatie tot een tegenstander en zijn omgeving.

Hier komen we dan meteen enkele problemen tegen. Er zit ook een volgorde gedachte in het trainen van sportieve handelingen. Eerst heeft iemand een zekere techniek nodig. Bijv. de basisvaardigheden om die vervolgens tactisch te kunnen toepassen. Zo kun je een verzelfstandiging krijgen van het technisch handelen. Het technisch handelen kun je loskoppelen van de omgeving tot een idiaal-typische uitvoering van de uitval of de parade. Veel boekjes laten zien hoe de 'goede' uitval of parade uitgevoerd zou moeten worden.

Gaan we uit van een meer holistische mensvisie uit dan probeer je de bewegende mens te plaatsen in zijn omgeving met wie hij in interactie gaat. Dan vertaalt zich dit in een opvatting over de mens die beweegt. Bewegen is dan niet meer een 'verplaatsen van lichaamsdelen' zoals bij een verzelfstandigde technisch instrumentele zienswijze gebruikelijk is. (bijv. met ideale hoeken van armen benen en romp) maar in functionele bewegingen die een bepaalt doel of nut heeft.

Bij een interactionele benadering van de mens, beweegt de mens doelgericht. Geen nutteloze bewegingen maar bewegingen die een (spel) bedoeling proberen te realiseren.

Dat brengt ons bij de vraag 'Wat zijn dan de spelbedoelingen' die je vervolgens kunt realiseren. Er is in de inleiding al benoemt dat we tegengesteld belang kennen. 2 personen met de bedoeling om te winnen. Winnen gaat door middel van scoren (scoren wil zeggen dat de scheidsrechter het er ook mee eens is) Zo is scoren het hoofddoel van het spel schermen waarbij je gelijktijdig het tegenscoren aan het voorkomen bent. Er is dus een spanningsveld waarin je je beweegt als schermer.

De termen die je hanteert bij het verder analyseren van het schermen moeten dus blijven gaan over deze interactie. Dit spanningsveld waar je altijd in zit. Dit geeft ook kwaliteit aan het bewegen. Eerder, slimmer zijn dan de tegenstander is dan ook geboden. Met een aantal termen kun je het scoren beschrijven: - aanval - tegenaanval - na-aanval - hervatting (aanval na de aanval, dus eigenlijk een aanval of na-aanval) In deze zin is de hervatting dus eigenlijk al benoemt en kunnen we hem dus weglaten. - Punt in de lijn. Als we de hervatting weg laten houden we er dus 4 over; 1. aanval 2. tegenaanval 3. na-aanval 4. arm in de lijn.

Ter verdediging zijn er de; 1 weringen 2 lichaamsontwijkingen in verschillende richtingen.

Als vreemde eend in de bijt is er nog de tijdsteek. De coup de temps waarin de tegenaanval en parade gecombineerd worden.

Al met al een opsomming van de termen die het spanningsveld duiden.

Dit geheel staat niet op zichzelf maar is geplaatst in de tijd. Immers de scheidsrechter zet de schermers in stelling waarna er 'Allez' wordt geroepen. Na 'halt' dient de scheidsrechter zich uit te spreken over de gevechtsgang. De film wordt teruggedraaid en de scheidsrechter dient te hebben gezien wat de volgorde was van de verschillende schermhandelingen.

1. de voorbereidingen die er waren worden niet benoemt maar zijn er wel. Schermers vergroten hun kansen bij het voorbereiden door hun keuze voor de actie met een bepaalde snelheid, op een bepaalde afstand, in een bepaalde richting en op een zeker moment uit te voeren. Hoe dan ook dit mond uit in een aanval van een of beide schermers. 2. De aanval is gemaakt. Bij het niet treffen zal de gevechtsgang verder gaan met een opeenvolging van mogelijkheden. 3. Parades, tegenaanval en / of ontwijkingen met het lichaam.

In schema: voorbereiding ---- aanval ----- (Achterwaarts) ontwijken / parade (riposte) / tegenaanval.

Bij een treffer stopt de gevechtsgang. Maar bij niet treffen gaat er een nieuwe ronde in. Voorbeeld: Voorbereiding -- aanval -- wordt ontweken --- overname met een voorbereiding. Maar het kan ook overname met meteen een aanval zijn. (de 'ligne' zit als optie in de voorbereidingen)


Resumerend kunnen we het volgende zeggen; Er is een tendens om 'het spel' steeds verder te ontwikkelen. Ook het coachen op de loper probeert de schermer te ondersteunen bij de waarneming en keuzes die hij moet maken. De interactie naar buiten / met de omgeving is er ook van binnen. We filteren constant onze informatie op onze eigen typische wijze. 'Action Type' is een voorbeeld hoe er verschillen bij mensen kunnen zijn tussen deze interne interacties. Welke voorkeuren mensen hebben bij het waarnemen maar ook bij het uitvoeren en bijvoorbeeld het maken van keuzes. Door te trainen en te coachen in relatie tot dit soort externe en interne zaken zal dit ons verder brengen op het pad onze sport te ontwikkelen en de kwaliteit hieromtrent te verbeteren. De schermer staat dan centraal en beweegt doelgericht binnen de regels van het spel. Hij doet dit niet alleen maar treed in interactie met zijn tegenstander en omgeving. De termen die we hanteren zijn bij voorkeur in het spanningsveld van raken en niet geraakt worden. Steken d.m.v. het strekken van de arm is een type beschrijving die 1 schermer betreft. Deze beschrijving kan dan ook buiten de kaders van de interactie plaats vinden. Hier moet je je dan bewust van worden. Techniek training is dan ook altijd een manier van bewegen waar onlosmakelijk verbonden het doel is. Het scoren of het voorkomen daarvan. Zeg je techniek training dan gaat het dus over de houding en beweging van de schermer. Het goede bewegen is dan ook af te zien uit het resultaat. Lukt het? Wordt er gescoord? Daar zit ook de kwaliteit van de handeling. Het realiseren van spelbedoelingen. Onze zintuigen stellen ons in staat te interacteren. Dus het bewegingsgevoel, de afstand tot de tegenstander etc. zijn de zaken waar je in de techniek training aandacht aan besteed. Naast een uitvoeringscomponent is er ook een waarnemings- en keuze component. En legitimering hiervan. Waarom doe je deze handeling. Waarom maak je deze keuze... Met andere woorden. Er is altijd een tactische component aan techniektraining. En daar zit het probleem van de termen. Bij tactisch keuzes zit er ook altijd een uitvoerings / technisch aspect.

Verder over de termen spelen en het leren. Het woord 'handelen' is de term die gebruikt wordt om doelgericht bewegen te duiden. Dus een handeling is die beweging die een doel heeft. Namelijk gerelateerd aan het scoren of het voorkomen daarvan. We nemen bij het leren schermen de schermers mee op een reis die laat zien hoe de volgorde is van de handelingen die leiden tot treffen en het voorkomen daarvan. Door dit te vertragen heb je de mogelijkheid waar te nemen en te kiezen met een zekere bewustheid. De keuze om aan te vallen of te weren komen tot stand via trial and error. Immers een aanval ingezet op te grote afstand zal geen succes kennen. Daar begint de vraag hoe voor te bereiden. Dan moet er wel reële feedback zijn. Een aanval die ingezet wordt op te grote afstand mag dan ook niet raken. Anders bevestig je als leraar bij een schermer een fout als geen fout. Het spelen met weerstand is een gevoelige zaak. Teveel weerstand geeft te weinig succeservaringen. Te weinig weerstand geeft geen reële feedback. En dan ontstaat ook geen vraag naar 'hoe anders'. Het leren staat centraal voor de jonge schermer. Maar ook de topper zal ervaren dat zaken als variatie, schijn en echt gedrag. `oftewel suggereren en camoufleren van bedoelingen noodzakelijk zijn om succes te boeken. Uiteindelijk heeft spelgedrag iets te maken met dat doen wat een ander niet verwacht. Daar waar de afstand groot lijkt is hij klein. Daar waar je hem denkt te kunnen raken is hij te ver weg. Daar waar hij laat verwacht wordt is hij vroeg en daar waar een verdediger klaar staat is er een aanvaller. Spel gedrag als onverwachte paradox. De kern zit hem hier in het voorbereidend handelen. Deze voorbereidingen geven kwaliteit aan het bewegen. Iemand uitnodigen tot een aanval geeft de mogelijkheid tot een parade riposte. Punt is als iemand zich niet laat uitnodigen tot die aanval wat doe je dan? En daar wordt het interessant.

Toevoeging Frans Posthuma